De belevingswaarde van de kerk wordt in de PKN anders ervaren. Door het gebruik voor de eredienst is en wordt het gebouw dus steeds opnieuw een plaats van ‘heiliging’. Het gebouw en de ruimte, en de eredienst beïnvloeden elkaar. De dienst wordt beïnvloed door de sfeer en invloed van het gebouw, het gebouw wordt heilig omdat er een eredienst gehouden wordt. Het kerkgebouw is een ‘huis van gebed’, en kan daarmee een rustpunt vormen in de hectische tijd en de chaotische situaties waarin de hedendaagse mens leeft. De kerk kan door zijn vorm en plaats een baken zijn in een dorp of wijk, een voortdurende herinnering aan andere zaken dan het drukke dagelijkse leven. De kerk als gebouw heeft daarbij een drievoudige betekenis, namelijk een christelijke, een religieus culturele en een maatschappelijke. Voor de PKN is een kerkgebouw vanuit die drie betekenissen dus altijd ‘religieus erfgoed’ en men zal daarvoor de verantwoordelijkheid nemen. Dat kan zijn door actief gebruik, maar ook door herbestemming. Doordat de beleving van de kerk als religieus gebouw binnen de PKN anders is dan bij de Rooms-katholieke kerk, kunnen herbestemmingprojecten wat vaker doorgang vinden. Daarbij zijn niet alle herbestemmingsdoelen geëigend; een waardige en respectvolle herbestemming is een voorwaarde voor alle geloofsgemeenschappen. In alle gevallen wordt hergebruik voor sociaal maatschappelijke of religieuze doelen geprefereerd boven bewoning of bedrijfsvestiging. Daarbij moet ook in ogenschouw worden genomen in hoeverre de oorspronkelijke kenmerken van het gebouw aangetast zullen worden. In die gevallen hebben ook andere organisatie invloed, bijvoorbeeld bij het verlenen van bouwvergunningen of bij het meewerken aan het wijzigen van gebruiksvergunning en bestemmingsplan.