Een goed begin van een moeizaam proces
Oldenzaal telt vijf katholieke kerkgebouwen, die op dit moment onder een parochiebestuur vallen maar voorheen vijf individuele parochies bedienden. Het betreft de Plechelmusbasiliek (twaalfde eeuw), de kerk gewijd aan de H Antonius van Padua (1911-1912), de kerk gewijd aan de H. Drieëenheid (1928-1929), de kerk gewijd aan de Onze Lieve Vrouwe Tenhemelopneming (1952) en de kerk van de Emmaüsparochie. De eerste twee kerken genieten bescherming als rijksmonument.
De vijf parochies oriënteerden zich vanaf eind jaren negentig op mogelijkheden tot samenwerking. De parochies werden getroffen door teruglopend kerkbezoek, waardoor aanpassingen in de financiën nodig waren maar ook de pastorale zorg beter georganiseerd moesten worden. Er waren namelijk onvoldoende priesters en pastors om de vijf kerken te bedienen. De verwachting was dat deze trend, gezien de ‘vergrijzing’ onder de parochianen, zou doorzetten. In een inter-parochiaal overleg werden de eerste stappen gezet naar meer samenwerking. Hierbij kwam ook de mogelijkheid ter sprake om de vijf parochies onder één bestuur te brengen, zodat er beter beleid kon worden ontwikkeld voor de toekomst.
 |
 |
 |
| Plechelmusbaseliek te Oldenzaal |
Plechelmusbaseliek te Oldenzaal |
H. Antonius van Padua te Oldenzaal |
Een moeilijk proces
Deze stap naar een bestuur bleek niet eenvoudig. De individuele parochies en besturen konden maar moeilijk afstand doen van hun autonomie. De verbondenheid met de eigen kerklocatie was bovendien zeer groot. Dit laatste was zeer bepalend, omdat samenvoeging van de parochies onvermijdelijk zou leiden tot afstoting van meerdere kerklocaties. De capaciteit van de vijf gebouwen was namelijk onevenredig groot tot het aantal (kerkgaande) parochianen. Uit berekeningen bleek dat in de normale kerkgang tussen de 1000 en 1300 mensen aanwezig waren, terwijl er in de kerken 3700 zitplaatsen aanwezig waren. Uiteindelijk werd overeenstemming bereikt. De samenvoeging onder een bestuur was zinvol voor alle betrokkenen. Deze fusie werd echter doorkruist door het dekenaat Twente, dat juist een parochieverband tussen de Oldenzaalse kerken en de kerken van Weerselo, Rossum, Deurningen en Saasveld voor zich zag. In een dergelijk verband blijft de (financiële) zelfstandigheid van de parochies overeind, maar wordt de organisatie van de pastorale zorg gedeeld. Dit nieuwe verband betekende het voorlopige einde van de discussie over het bestuurlijk samengaan van de Oldenzaalse parochies. Dit bleek voor de verdere discussies over mogelijke afstoting van kerklocaties bepalend.
Een gezamenlijke commissie
In 2005 benoemden de vijf parochies een commissie die zich met het vraagstuk van de kerklocaties zou bezig houden. Deze commissie bestond uit vertegenwoordigers van het dekenaat en het bisdom. Zij stelden een analyse op van het gebouwenbezit, dat als rapport op 28 juni 2005 werd gepresenteerd. Het rapport was zeer uitvoerig en besteedde aandacht aan de ontstaansgeschiedenis van de parochies, de demografische en ruimtelijke ontwikkelingen, de ontwikkelingen in de kerkgang en in het pastoraat, het huidige bestand aan kerklocaties, de betekenis van de gebouwen in de stedelijke geografie, de historische betekenis van de gebouwen, de technische kwaliteit van de gebouwen, de liturgische gebruiksmogelijkheden en de financiële situatie van de parochies. Bijzonder was dat de commissie zich tegelijkertijd ook wilde oriënteren op mogelijke herbestemmingen van gebouwen. Dit laatste werd actueel toen zich de mogelijkheid aandiende om in het gebouw van de H. Drieëenheid een school, een kinderdagverblijf en kantoorruimte te creëren en daarmee de eigenlijke kerkruimte te beperken. Deze nevenbestemming bleek overigens uiteindelijk financieel niet haalbaar.
De voorstellen van de commissie
In het rapport werd uiteindelijk geadviseerd om drie kerklocaties te kiezen. Voor Oldenzaal-Noord werd geadviseerd om een nieuwe centrale locatie te zoeken, omdat de bestaande locaties voor deze wijken ongunstig waren gelegen. Voor Oldenzaal-Centrum was de Antoniuskerk het meest geschikt, terwijl de OLV Tenhemelopneming voor Oldenzaal-Zuid in dienst bleef. Dit betekende dat drie kerken in principe afgestoten zouden worden. De basiliek bleef dan bij hoogtijdagen in gebruik en kreeg primair een culturele, museale en maatschappelijke functie. De voorstellen leidden vrijwel direct tot tegenacties. Vooral het verzet tegen de functiewijziging van de Plechelmus was groot. Ook de parochianen van de af te stoten kerken verzetten zich. Het gevoel van verbondenheid van vrijwilligers, parochianen en zelfs geestelijken met de eigen kerklocaties was zo groot dat de implementatie van het advies niet van de grond kwam.
De impasse doorbroken
Opnieuw werd overleg gevoerd tussen de parochiebesturen. De impasse werd doorbroken door de benoeming wijze mannen die een plan van aanpak opstelden. Zij adviseerden om een commissie vanuit de parochies te belasten met de opdracht om de het gebouwenbeleid uit te werken met de uitgangspunten dat de Plechelmus in vol gebruik zou blijven en er minimaal twee kerkgebouwen werden afgestoten. Deze commissie werd mede gevuld door vertegenwoordigers van de verschillende parochies. Dit compliceerde de advisering, omdat de eigen parochiale belangen een onafhankelijke visie doorkruisten. Ondertussen roerden ook parochianen zich, spandoeken werden opgehangen bij de bedreigde kerken. Het uiteindelijke advies, waarbij werd besloten om de Antoniuskerk, de H. Drieëenheid en de Emmaüskerk te sluiten, kon door dit voortdurende verzet niet door de afzonderlijke parochiebesturen worden gedragen.
Besluit
Het dekenaat en het bisdom hadden zich tot op dit moment vrijwel afzijdig gehouden in de discussies binnen de parochiebesturen. De gespannen situatie vroeg om leiding. Op 25 september 2007 maakte kardinaal Simonis bekend dat per 1 januari 2008 sprake zal zijn van één stadsparochie onder één bestuur. Tegelijkertijd werd bekend gemaakt dat van de vijf kerken alleen de Emmaüskerk zeker zou worden afgestoten. De overige kerkgebouwen werden vooralsnog in stand gehouden voor een periode van vijf jaar. Het definitieve besluit over de onvermijdelijke afstoting van kerkgebouwen werd daarmee op de lange baan geschoven. Het bisdom formuleerde wel het uitgangspunt dat in de Plechelmusbasiliek, vanwege zijn belang voor Twentse kerkgemeenschap, altijd eucharistievieringen gehouden zouden worden. Verder konden de mogelijkheden voor een pastoraal steunpunt in de noordelijke stadswijken worden onderzocht.
Nieuwe daadkracht
Het nieuwe parochiebestuur, dat vanaf 1 januari 2008 in functie is, heeft inmiddels opdracht gegeven om de mogelijkheden tot pastorale steunpunten te onderzoeken. Al snel bleek dat deze opdracht te beperkt was, omdat deze vraagstelling niet los gezien kan worden van de toekomst van alle kerklocaties. Bovendien is door het bisdom en het dekenaat besloten dat de Oldenzaalse parochie binnen afzienbare tijd samengaan met de parochies van Weerselo, Rossum, Deurningen en Saasveld. Dit betekent dat het aantal kerklocaties in deze nieuwe parochie nog met vier kerkgebouwen toeneemt, waarvan de kerk van Rossum als rijksmonument en de kerk van Saasveld als gemeentelijk monument bescherming genieten. De kerk van Deurningen wordt momenteel met veel inzet van de parochianen gerestaureerd. Dit betekent dat de nieuwe parochie wederom moeilijke keuzes wacht over de kerklocaties. Om die reden wil het Oldenzaalse parochiebestuur zo spoedig mogelijk een definitieve keuze maken over de toekomst van de kerklocaties. Afstoting en herbestemming zullen daarbij onvermijdelijk zijn.
Knelpunten
In Oldenzaal werd in 2005 met het rapport Onderzoek kerklocaties ingezet op een rationele besluitvorming over de toekomst van de kerkgebouwen. Het rapport was qua inhoud en opzet een schoolvoorbeeld van (een aanzet tot) realistisch gebouwenbeleid. Dit beleid kwam echter niet van de grond door de grote emoties binnen de verschillende parochies. Parochianen voelden zich zeer verbonden met de locaties waar zij en hun familie de sacramenten hadden gekregen. Het gebrek aan één bestuur was in dit proces bepalend, omdat er telkens consensus moest worden bereikt met alle parochiebesturen. Dit bleek vrijwel onmogelijk, omdat onvoldoende over de eigen muren heen gekeken werd. Hierdoor konden de emoties over mogelijk verlies van de eigen kerk zelfs nog hoger oplopen en werden moeilijke maar onvermijdelijke beslissingen te lang uitgesteld. Aarzeling en onzekerheid over de uit te zetten koers bij het bestuur was fnuikend. Pas met de benoeming van één parochiebestuur, dat bovendien in de bezetting geen enkele overlap had met de voorgaande parochiebesturen, kon met dit onderwerp slagvaardiger worden opgetreden.
Op weg naar de toekomst
In het komende traject is assistentie gewenst van de gemeentelijke overheid, erfgoedspecialisten en eventuele andere partijen, zodat op een goede manier het kerkenbestand wordt verkleind. Dit kan de pijn van het verlies van kerkgebouwen verzachten en het draagvlak voor de doorgevoerde veranderingen binnen de parochie vergroten. Op deze manier wordt ook de last van het proces, dat nu geheel rust op de schouders van vrijwilligers, gedeeld met andere betrokkenen. Het is tijd dat het Oldenzaalse parochiebestuur zich weer kan richten op de inhoud en het faciliteren van de pastorale taken.
Voor deze bewerking van het interview is gebruik gemaakt van:
- Rapport Onderzoek Kerklocaties Parochies Oldenzaal, Zenderen 28 juni 2005
- “Doek valt ook voor Antoniuskerk”, Tubantia, 13 juli 2007
- “Zware klap voor Drieëenheidkerk”, Tubantia, 14 juli 2007
- “Simonis neemt nu al kerkenbesluit”, Tubantia, 26 september 2007