Kerken van bisschop, adel en burgers In de vroege middeleeuwen was de kerk beslissend voor de ontwikkeling van de provincie. De Utrechtse bisschop was landsheer van het Oversticht, waartoe ook Overijssel behoorde. De kerk was eigenaar van veel grondgebied en was doordoor oppermachtig. Dit kwam tot uitdrukking in de kerkenbouw uit deze periode. Belangrijke steunpunten van de bisschoppelijke macht werden voorzien van grote kerkgebouwen in indrukwekkende architectuur. De bouwprojecten voor de Lebuïnuskerk in Deventer en de Plechelmuskerk in Oldenzaal uit de elfde eeuw zijn daar goede voorbeelden van. Elders in de provincie werden eenvoudiger bouwwerken opgetrokken, zoals in twaalfde-eeuwse dorpskerk van Hellendoorn, maar ook deze waren plaatselijk van groot belang.