Kerken van bisschop, adel en burgers

In de vroege middeleeuwen was de kerk beslissend voor de ontwikkeling van de provincie. De Utrechtse bisschop was landsheer van het Oversticht, waartoe ook Overijssel behoorde. De kerk was eigenaar van veel grondgebied en was doordoor oppermachtig. Dit kwam tot uitdrukking in de kerkenbouw uit deze periode. Belangrijke steunpunten van de bisschoppelijke macht werden voorzien van grote kerkgebouwen in indrukwekkende architectuur. De bouwprojecten voor de Lebuïnuskerk in Deventer en de Plechelmuskerk in Oldenzaal uit de elfde eeuw zijn daar goede voorbeelden van. Elders in de provincie werden eenvoudiger bouwwerken opgetrokken, zoals in twaalfde-eeuwse dorpskerk van Hellendoorn, maar ook deze waren plaatselijk van groot belang.

Lebuïnuskerk te Deventer Plechelmuskerk te Oldenzaal Twaalfde eeuwse dorpskerk te Hellendoorn

De kerkelijke macht kreeg in de loop van de twaalfde en dertiende eeuw in toenemende mate concurrentie van adel en steden. Adellijke landheren en steden stichten ook parochiekerken waarvan zij zelf de geestelijken benoemden. De huidige Hervormde kerk van Almelo is bijvoorbeeld voortgekomen uit de slotkapel van Huis Almelo. De Bovenkerk in Kampen volgde in plattegrond en opbouw zelfs het schema van de gotische Franse koningskathedralen. Een dergelijk staaltje van hoogmoed past natuurlijk wel bij deze ‘koningen’ van de handel.

Hervormde kerk te Almelo Bovenkerk te Kampen

Ook torens waren de uitdrukking van de macht en ambities van de wereldlijke opdrachtgever. De torenklokken waren ook middelen om de bevolking in tijden van gevaar te waarschuwen. De Hervormde kerk van Wierden bezit nog een bijzondere klok uit 1495. een getuigenis van de blijvende waardering voor deze markante bouwwerken is de Martinustoren in Losser die de sloop van de kerk in 1903 overleefde.

Hervormde kerk te Wierden Martinustoren te Losser

Door welvaart en ontwikkeling van het geestelijk leven ontstond in de veertiende en vijftiende eeuw een zeer grote variëteit aan kerkgebouwtypen: kapittel- en kloosterkerken voor de geestelijkheid en parochie-, bedevaarts- en gasthuiskerken voor de burgers. Rijke particulieren en gilden stichtten bovendien eigen kapellen.Typisch voor Overijssel zijn de tweebeukige kloosterkerken, zoals de Broerenkerk in Zwolle. De kerkgebouwen werden voortdurend gemoderniseerd en verfraaid. De gotische bouwstijl verving vanaf de dertiende eeuw de eerdere Romaanse bouwstijl en de kerken werden, door verbetering in de constructiemethoden, steeds hoger, groter en lichter.

Broerenkerk te Zwolle