Het gebouw / het verhaal / de verandering Kort voor zijn 50-jarig bestaan werd op 19 oktober 2003 de Heilige Hart van Jezuskerk aan de eredienst onttrokken. De reden hiervoor was het samengaan van Hengelose parochies, waardoor kerkgebouwen overbodig werden. Het gebouw stond op de nominatie voos sloop om plaats te maken voor woningbouw. Het gebouw werd niet monumentaal beschermd. Door een gelukkige samenloop van omstandigheden hoefde het echter niet tot sloop te komen. In 2004 werden namelijk de mogelijkheden onderzocht voor de uitbreiding van de Basisschool St Plechelmus. Deze school ligt aan het kerkplein. De architect Ronald Olthof zag potentie in de leegstaande kerk, ondanks dat het gebouw en de directe omgeving door de jaren heen was verwaarloosd. Hij zag kansen om met de noodzakelijke uitbreiding van de school de hele omgeving een impuls te geven. Het bestemmingsplan liet op de kerklocatie gebruik voor maatschappelijke doeleinden toe, zodat er formeel geen bezwaar was tegen de functie als schoolgebouw. Het kerkgebouw bood ook voldoende inhoud om het gewenste vloeroppervlak door het inbrengen van verdiepingsvloeren te verwezenlijken. Betrokken partijen waren vrijwel direct enthousiast. De gemeente zag een mogelijkheid om een markant gebouw voor de stad te behouden, terwijl de eigenaar en aannemer de kwalitatieve meerwaarde voor het gebied erkenden. Voor de parochie die de kerk had verlaten was het gebruik voor katholiek onderwijs eveneens acceptabel. Veel parochianen waren juist blij dat het gebouw waar zij al hun hoogtijdagen hadden gevierd behouden bleef. Het idee vroeg wel om extra inzet van deze partijen: de transformatie van de kerk nam nu eenmaal meer tijd en geld in beslag dan een simpele uitbreiding van een school. De afgeleverde kwaliteit en de succesvolle samenwerking werd in 2008 bekroond met een onderscheiding in de VSB-prijs ‘Erfgoed op eigen benen’. In 2009 werd met de bouw begonnen. Bij de opzet van het plan werd veel aandacht besteed om de kwaliteiten en schoonheid van het bestaande kerkgebouw te behouden. In het ontwerp heeft het architectenbureau dan ook optimaal gebruik gemaakt van de aanwezige ruimte. De inbouw van de school contrasteert opzettelijk met de kerkarchitectuur door een minimalistische vormgeving, verfijnde detaillering en andere materialisatie. In de voormalige kerkzaal worden twee witte volumes ingebracht met daarin de klaslokalen, sanitaire voorzieningen, berging en personeelsruimten. Eén volume bevindt zich boven de ingang en het tweede grotere volume vult vrijwel het volledige middenschip. Zij worden door middel van bruggen en balkons met elkaar verbonden. De klaslokalen liggen in het hart van het gebouw, in het ritme van de zuilen met boogstelling. Met erkers steken de lokalen tussen de bogen door. Op de verdieping wordt voor de bovenbouw extra ruimte gecreëerd door het inbrengen van een balkon als een tweede verdieping. De zijbeuken worden gebruikt voor de ontsluiting van de lokalen en als lichtbeuk. Hier is de oorspronkelijke hoogte van de kerk nog goed te ervaren. Op de begane grond zijn vensters in een moderne vormgeving toegevoegd. De gemeenschappelijke ruimtes zijn bedacht op de plek van het voormalige priesterkoor bij de absis. Ook hier zijn balkons bedacht die de ruimtebeleving versterken. Aan de lange westgevel wordt een modern klaslokaal aan de oorspronkelijk kerk toegevoegd. Dit lokaal is ook buiten schooltijden door buurtverenigingen te gebruiken omdat het afsluitbaar is van de rest van het gebouw. De kerk wordt zo weer een echt middelpunt in de wijk. De keuze om de school in het kerkgebouw onder te brengen, biedt kansen om in de wijk een nieuwe ontwikkeling tot stand te brengen: de schoolgebouwen en bijbehorende gronden konden nu immers voor andere doeleinden worden gebruikt. Er is in de buurt grote behoefte aan woningen voor senioren. Er is voor het gebied een stedenbouwkundige visie opgesteld. De kerk en haar omgeving worden zo een ‘nieuw kloppend hart in de buurt’.