In de naoorlogse periode was nog een keer sprake van een grote kerkenbouwproductie.In de nog sterk verzuilde samenleving stond de kerk in de nieuwbouwwijken nog letterlijk midden in de gemeenschap. In de tijden van materiaalschaarste en systeembouw waren de kerkgebouwen voor architecten een uitgelezen kans om hun ontwerptalent op te botvieren. De kerkgenootschappen zelf bezonnen zich ook op de wijze waarop zij zich in hun gebouwen wilden presenteren. De Hervormde synode liet de stijlkeuze voor de kerkgebouwen wel over aan de afzonderlijke kerkgemeenten, maar waarschuwde wel tegen gemakzuchtige historiserende bouwvormen. Adviseurs van de synode vonden het interessanter om te zoeken naar moderne manieren om aan een gebouw een religieuze karakter te geven, bijvoorbeeld door een afwijkende vorm of een zorgvuldige gecomponeerd ruimte- en lichtspel. Katholieke architecten en opdrachtgevers bleven wel nog lang werken in de meer traditionele architectuur van voor de oorlog, zoals de Sint Pancratiuskerk in Albergen uit 1953. Toch kwam ook in deze kring steeds meer aandacht voor moderne architectuurvormen. Een prachtig voorbeeld hiervan is de Raphaëlkerk in Hengelo uit 1959, dat in vorm en constructie zeer vernieuwend genoemd mag worden.

Sint Pancratiuskerk te Albergen Raphaëlkerk te Hengelo